Terugvordering WIA: (menselijk) maatwerk

22 januari 2026 Geschreven door: Stéphanie Heijtlager

Als een verzekerde een WIA-uitkering heeft en daarnaast werkt, dan worden die inkomsten verrekend met de WIA-uitkering. Mooi voor de verzekerde én de schadelast dragende (ex-)werkgever. De verzekerde mag van iedere euro die wordt verdiend – simpel gezegd – dertig eurocent behouden. De uitkering wordt daarmee lager en dus ook de aan de ex-werkgever doorbelaste uitkering. Dubbele winst zou je kunnen zeggen.

Helaas gaat het bij verrekening van inkomsten niet altijd goed bij het UWV. Dat was ook het geval bij een mevrouw die naast haar WIA-uitkering inkomsten genoot en in 2023 een cao-verhoging ontving. De cao-verhoging maakte dat het UWV in 2025 een bedrag van bijna € 5.500 over 2023 terugvorderde, omdat het UWV ‘vergeten’ was de verhoging eerder te verrekenen met de WIA-uitkering.

De verzekerde maakt bezwaar tegen die verrekening, omdat zij van mening is dat zij niet wist van de cao-verhoging en erop mocht vertrouwen dat het UWV dit tijdig zou controleren. Ook vindt de verzekerde dat de terugvordering van het bedrag onevenredig is. Door de terugvordering komt mevrouw in financiële problemen en bovendien was in de periode van de cao-verhoging sprake van persoonlijke omstandigheden: haar man was ernstig ziek en is uiteindelijk overleden. Dit maakt dat haar niet verweten kan worden dat zij de cao-verhoging niet aan het UWV heeft doorgegeven.

Het UWV houdt voet bij stuk: mevrouw moet de te veel betaalde uitkering terugbetalen, zij het gematigd met 25%.

Wat vindt de rechtbank?

De bestuursrechter van de rechtbank Oost-Brabant is helder in haar uitspraak van 15 januari 2026 (ECLI:NL:RBOBR:2026:194) het uitgangspunt is dat wat te veel is ontvangen in beginsel moet worden terugbetaald. Dat kan anders zijn als sprake is van een dringende reden.

Het begrip dringende reden is inmiddels door de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2024:726) verruimd, in die zin dat ook rekening moet worden gehouden met de oorzaak van de terugvordering. Denk aan fouten van het UWV of trage besluitvorming. Maar ook het eigen aandeel van een verzekerde is relevant. In ieder geval moet het UWV bij terugvordering een belangenafweging maken, waarvan de uitkomst niet onevenredig mag zijn.

De rechtbank vindt dat het UWV in dit geval onvoldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verzekerde: zij heeft in 2024 intensieve mantelzorg verleend aan haar echtgenoot, is geconfronteerd met zijn overlijden, heeft de nalatenschap moeten afwikkelen en droeg daarnaast de volledige zorg voor twee jonge kinderen. Volgens de rechtbank blijkt niet dat het UWV deze omstandigheden voldoende heeft meegewogen bij de terugvordering. Daarom oordeelt de rechtbank dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid en wordt de terugvordering over 2024 met 75% gematigd.

De menselijke maat maakt het UWV dus menselijker?

Gerelateerde artikelen